kenjezelf

Omgaan met afhankelijkheid

Onafhankelijkheid of autonomie is één van de psychologische basisbehoeften. Dat wil zeggen dat je graag je eigen keuzes maakt, zelf wilt beslissen. Iedereen is in zekere zin afhankelijk (bijvoorbeeld van zuurstof, water, voeding) en tegelijk tot op zekere hoogte onafhankelijk (je kan altijd kiezen hoe je met een situatie omgaat).

In de omgang met een chronische ziekte is de manier waarop je jouw afhankelijkheid beleeft mede ingegeven door de vergelijking met anderen. Als je bijvoorbeeld afhankelijk bent van rolstoeltoegankelijkheid, kan je niet overal komen waar een ander dat wel kan. Dat maakt dat afhankelijkheid ook een gevoel van onrechtvaardigheid kan geven; dat kan weer leiden tot boosheid of verdriet.

Je kan te maken hebben met gunstige of ongunstige omstandigheden. Als het tegenzit, kan je bij de pakken neerzitten, het kan je ontmoedigen. Hoe begrijpelijk dat ook is, in dat geval ben je door je reactie nog meer afhankelijk geworden van die omstandigheden. Hier is de oude wijsheid van kracht: Probeer aan te pakken wat ik kan aanpakken, los te laten wat ik niet kan beïnvloeden en de wijsheid om het onderscheid tussen beiden te maken. Dit is zeker niet gemakkelijk. Je kan daarbij ondersteund worden door andere mensen.

Afhankelijkheid van het gedrag van anderen is nog lastiger. Een ander kan er voor kiezen iets niet te doen of kan daarbij fouten maken. We zijn als je het goed beschouwd van heel veel anderen afhankelijk. In de voedselindustrie, in het verkeer, in het gebruik van medicatie. In de afhankelijkheid van anderen spelen emoties een grote rol. Vriendelijkheid, dankbaarheid, liefde, maar ook trots, teleurstelling en frustratie.

Wat je kan beïnvloeden is je eigen gedrag

Het enige wat je uiteindelijk echt kan beïnvloeden is je eigen gedrag. Jij kan wel kiezen of je vriendelijk of boos reageert, je kan niet kiezen of een ander boos of vriendelijk reageert. Je kan je laten ontmoedigen of je kan zoeken naar alternatieven.
Het valt niet mee om op elke situatie zo goed mogelijk te reageren. Dat is een leven lang leren. Het besef dat je anderen niet kan veranderen, alleen je eigen gedrag, is niet gemakkelijk. Daarom helpen we je verder in hoe je dat kan doen.

Emoties mogen er zijn
Emoties als bezorgdheid, angst, boosheid en verdriet kunnen je overkomen. Emoties hebben geen morele waarde, heeft Aristoteles ooit al gezegd. Dat is een belangrijke wijsheid. Het is niet goed of slecht als je verdrietig bent of boos. Wat je er mee doet, dat zou je wel goed of slecht kunnen noemen. Als je vanwege je boosheid de boel afbreekt, is je boosheid niet slecht, het schade aanrichten aan anderen wel.


Neem verantwoordelijkheid voor je eigen emoties

Durf naar jezelf toe te geven welke emoties je voelt. Alleen dan kan je er goed mee omgaan. Vaak is het gedrag van andere mensen een reden voor hoe je je voelt. Als iemand je tegenwerkt of niet helpt, dan kan je dat boos maken. Toch kan je dan beter niet de ander verantwoordelijk maken voor hoe jij je voelt; dan word je immers afhankelijker van die ander.
Neem verantwoordelijkheid voor je eigen welbevinden door op een constructieve manier het gesprek met de ander aan te gaan. Dat is wat je wel kan beïnvloeden. Je krijgt handreikingen in hoe je dat kan doen.


Emoties zijn geen excuus

Als jij je laat leiden door negatieve emoties, is de kans groot dat je een ander verwijten maakt, negatief oordeelt of benadeelt. Het is begrijpelijk, maar het gaat je niet helpen. Je komt in een conflict terecht en je hebt kans dat het allemaal alleen maar erger wordt. “Ik was heel boos…” is begrijpelijk, maar geen goed excuus voor negatief gedrag.

Omgaan met conflicten

Conflicten kunnen heel vervelend zijn en heel veel energie kosten. Dat is een belangrijke reden dat sommige mensen conflicten liever vermijden. Daardoor komen ze niet op voor hun belangen en doen ze zichzelf te kort. Anderen mensen menen hun recht te moeten halen, als het niet goedschiks kan, dan maar kwaadschiks. Ze creëren daarmee vaak zelf het conflict en bereiken vaak evenmin wat ze hadden willen bereiken.

Bij conflicten kunnen heftige emoties een rol gaan spelen. Als we de emoties weg zouden kunnen laten, dan blijkt dat een conflict draait om verschillen, verschil van mening of verschillende belangen. Voor de een is het ene standpunt logisch, voor de ander precies het tegenovergestelde. Vanuit beide gezichtspunten is wat ze vinden ‘waar’. Een conflict wordt daarom ook wel als volgt beschreven: “het tegelijkertijd bestaan van verschillende waarheden”.

Ga eens bij jezelf na hoe je met informatie omgaat die jou kan helpen om sterker te staan in jouw rechten ten opzichte van een andere partij.

Wat past bij jou:
1. Goed om te weten. Ik wacht nog even af. Wellicht komt het een keer van pas.
2. Ik sta in mijn recht! Nu zullen ze wel moeten.
3. Ik wil niet tot last zijn. Allemaal maatregelen alleen voor mij…
4. Als ik de helft bereik is dat al mooi
5. Ik ga in gesprek, stel vragen en ga eerst maar eens luisteren

En welk van onderstaande motto’s past bij jou:
1. Je moet geen slapende honden wakker maken
2. Voor je rechten moet je vechten
3. Bescheidenheid siert de mens
4. Ieder zijn deel, het is geven en nemen
5. Verschillen zijn kansen

Bij het omgaan met conflicten is het van belang twee taken tegelijkertijd te doen: rekening houden met de ander (coöperatief zijn) en opkomen voor jezelf (assertief zijn).

In onderstaand schema zijn deze twee taken uitgewerkt in stijlen van conflicthantering, zoals ze beschreven zijn door de heren K.W. Thomas & R.W. Kilmann.

012_leiderschap_conflictstijlen_thomas_kilmann1
Hieronder worden deze vijf stijlen toegelicht. Ze komen overeen met de antwoorden 1t/m5 van bovenstaande vragen. Op internet zijn uitgebreidere tests te vinden om jouw stijl van conflicthantering te ontdekken.

1. Vermijden
Soms vermijden mensen het conflict, bijvoorbeeld uit angst voor het conflict of mogelijke gevolgen, of omdat ze bij voorbaat denken dat ze niet serieus worden genomen of dat hun inbreng niet belangrijk genoeg is.
Als dat jouw stijl is, kan je groeien in samenwerking en in assertiviteit.

2. Doordrukken
Mensen die hun mening doordrukken kunnen goed voor zichzelf opkomen. Ze geven niet graag toe en kunnen koppig zijn. Het nadeel is dat je daarmee tegenover de ander komt te staan in plaats van dat je met de ander samenwerkt. Je krijgt misschien je zin, maar de relatie wordt slechter en dat kan op de lange termijn nadelig zijn.
Als dat jouw stijl is, kan je groeien in samenwerking.

3. Toegeven
Mensen die snel toegeven zijn bang dat anderen ze anders niet meer aardig vinden. Ze houden graag iedereen tevreden en cijferen zichzelf weg zodra de ander iets anders wil dan zij zelf willen. Het nadeel is dat je niet krijgt wat je zelf zou willen. Je krijgt misschien wat goodwill, omdat de ander weet dat je liever iets anders had, maar je bent zelf slechter af en maakt je afhankelijk van de ander. Als dat jouw stijl is, kan je groeien in assertiviteit.

4. Compromis
Mensen die een compromis bereiken met de ander zijn op de goede weg. Ze zien het belang van de ander zonder dat ze zichzelf te kort willen doen. Eerlijk delen past bij hen. Het nadeel is dat je een betere oplossing laat liggen. Je hebt misschien snel een schikking, maar er was met nog wat meer samenwerken en voor jezelf opkomen wel meer uit te halen. En nu is niemand echt enthousiast over het resultaat.
Als dat jouw stijl is, kan je groeien in creativiteit.

5. Samenwerken
Samen onderzoeken welke mogelijkheden het beste zijn, voor beide partijen. Dat vraagt om een win-win mentaliteit (zie 1.1.3). Je bent je niet alleen heel bewust van wat je zelf wilt en waarom je dat wilt, maar ook van wat de ander kan gebruiken en wat jij voor de ander kan betekenen. Het nadeel is dat het wat meer tijd, creativiteit en inspanning kost, maar het resultaat is het beste en je kan samen met de ander trots zijn. Een volgende keer staan jullie weer voor elkaar klaar.

I am text block. Click edit button to change this text. Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.

Omgaan met teleurstelling

Als uiteindelijk de ander zich niet gaat gedragen zoals jij wel zou willen, dan leidt dat tot teleurstelling. Een arts is je niet ter wille, een werkgever wil geen aanpassingen treffen, het restaurant doet geen moeite voor je. Op dat moment blijkt het eens te meer: je kan het gedrag van anderen niet veranderen, alleen je eigen gedrag.
In de situatie dat je teleurgesteld wordt door anderen, kan je (opnieuw) ontmoedigd raken.

  • Realiseer je dat je het hebt geprobeerd. Je hebt je best gedaan, of het nou is gelukt of niet. Je hoeft jezelf niets te verwijten.
  • Je kan gaan nadenken over andere mogelijkheden om alsnog in jouw eigen behoefte te voorzien, bijvoorbeeld zonder de andere partij die jou niet ter wille is.
  • Als je echt niets anders kan, kan je er voor kiezen je er niet druk over te maken. Je hebt geen invloed kunnen uitoefenen; nu wordt het tijd om het los te laten. Het is niet anders. Richt je energie op iets dat wel positief is.
    Let op, we realiseren ons dat dit in sommige gevallen verschrikkelijk moeilijk is. Neem gerust de tijd hiervoor, het gaat niet van de ene dag op de andere over. Het heeft echter echt geen zin om de rest van je leven boos of verdrietig te blijven. Zorg voor jezelf, zoek eventueel hulp hiervoor.
  • Je kan eventueel je teleurstelling bespreken met de mensen die jou steunen.
    • Probeer daarbij niet alleen maar te klagen; je benadrukt dan je afhankelijkheid en vraagt anderen die te bevestigen; dat is vaak niet helpend. Deel je verhaal, blijf bij de feiten, deel wat het met je doet en wat je hebt geprobeerd; je kan dan vaak rekenen op steun.
    • Als je je hart wilt luchten door te klagen, zeg dat dan tegen degene die jou steunt: “Ik moet even klagen, jij hoeft daar verder niets mee te doen”. Het kan enorm opluchten!
  • Zoek professionele hulp.

Samen of zelf opkomen voor jezelf?

Sommige situaties zijn uniek en specifiek voor jouw situatie. In andere situaties waar jij last van hebt ben je niet de enige. Je hoeft dan niet alleen te staan met je probleem. Er zijn lotgenotencontacten, patiëntenverenigingen, vakbonden, ondernemingsraden etc.

Je kan hierbij onderscheid maken in praktische steun, emotionele steun en inhoudelijke steun.
Wie kan jou praktisch helpen, bijvoorbeeld met vervoer?
Wie kan jou emotioneel steunen, bijvoorbeeld door een luisterend oor te bieden?
Wie kan jou inhoudelijk bijstaan, bijvoorbeeld door je te informeren over rechten en plichten?